Zie je door de bomen het bos niet meer?!

Een digitale camera kan soms erg overweldigend zijn. Vooral als je voor het eerst een camera hebt aangeschaft kunnen de functionaliteiten en instellingen moeilijk te begrijpen zijn. Met de onderstaande beschrijvingen willen wij het iets overzichtelijker voor je maken wat de verschillende instellingen doen en wat ze inhouden.

Zoom

Veel camera’s, of het nou een compact camera of spiegelrefex camera is, kunnen standaard inzoomen. De zoomfunctie is een van de meest gebruikte functie van een camera of lens. Toch wordt zoom vaak nog niet goed begrepen. In deze paragraaf lees je over de zoomfunctie, wat het precies is en hoe het werkt.

Heel simpel gezegd, zoom haalt een beeld dichterbij. Echter blijft het daar alleen niet bij. Voor het begrip zoom is het heel belangrijk om het verschil tussen optische en digitale zoom te kennen.

Optische zoom – het hardware matig inzoomen op een beeld. Er verandert iets aan de lens waardoor een beeld dichterbij gehaald wordt. Bij inzoomen wordt een lens over het algemeen groter en bij uitzoomen kleiner. Sommige lenzen zoomen intern in de lensbody, hierbij wordt alleen de afstand tussen de lensglazen en de sensor groter of kleiner en blijft de lengte van de lensbody hetzelfde. Optische zoom haalt het beeld dat daadwerkelijk vastgelegd wordt op de sensor dichterbij. Hierbij treed geen kwaliteitsverlies op.

Digitale zoom – het softwarematig inzoomen op een beeld.  Het beeld dat te zien is door de zoeker of op je LCD-scherm wordt vergroot door softwarematig in te zoomen. Het beeld wordt niet daadwerkelijk dichterbij gehaald, er wordt enkel digitaal ingezoomd op een stukje van het beeld waardoor het wordt vergroot. Bij digitale zoom treed wel kwaliteitsverlies op. Het is in principe hetzelfde als een foto vergroten op een computer of inzoomen op een foto op je telefoon.

Over het algemeen wordt digitale zoom gebruikt bij de goedkopere en compactere camera’s. Bijvoorbeeld bij een compact camera of telefoon zal je dit vaak zien. Er is ten eerste weinig ruimte om een lens ver uit te laten zetten en ten tweede is optische zoom een duurdere techniek. Ook wordt het bij kleinere toestellen vaak gecombineerd gebruikt, 2 of 3 keer optische zoom en verder inzoomen met digitale zoom.


Lichtsterkte

Deze functie is steeds vaker onderwerp van gesprek en wordt als steeds belangrijker gezien. Nu de camera’s die we 24/7 bij ons hebben (telefoons) steeds beter worden, worden ook de meer geavanceerde technieken belangrijker gevonden. Lichtsterkte is hier een goed voorbeeld van. Voor betere kwaliteit foto’s is een betere lichtsterkte een heel belangrijk onderdeel.

Ook geeft een goede lichtsterke lens in een camera de fotograaf meer vrijheid om verschillende type foto’s te maken. De lichtsterkte van een lens wordt gemeten door middel van een diafragma getal. Het diafragma van een lens is meestal opgebouwd uit een aantal lamellen die onderdeel zijn van een lens en de grootte van de opening tussen lens en sensor bepalen. Hoe verder een diafragma open kan, hoe groter de opening tussen lens en sensor, hoe meer licht er op de sensor komt en hoe lichtsterker de lens is. Het diafragma getal vertelt iets over “hoe open” de lamellen maximaal kunnen. Diafragma wordt aangeduid als f-getal. Hoe hoger het f-getal hoe kleiner de opening. Een diafragma van f/2.8 is lichtsterker dan een diafragma van f/5.6.

Met diafragma controleer je ook de scherptediepte verhouding in een foto. Hoe verder de diafragma dichtgezet wordt (minder licht doorlaat en hoger f-getal) hoe meer gefocust het beeld op een specifiek punt en hoe groter de scherptediepte verhouding. Bij een diafragma van f1.8 is een foto tot in de hoeken scherp en is er spraken van een zeer platte scherptediepte verhouding.

Fotograferen in donkere omgeving? Ga voor een lichtsterke lens als een f1.8. Deze lenzen laten veel licht door waardoor je in donkere omgevingen makkelijker goede foto’s kunt maken. Mocht je het budget niet hebben voor een zeer lichtsterke lens kan je ook dezelfde hoeveelheid licht in je foto krijgen door een statief te gebruiken en de sluitertijd te verhogen.

Sensor

Een van de belangrijkste onderdelen in een camera is de sensor. Dit is geen functie, maar een hardware element. Wel erg belangrijk om het verschil tussen sensoren te kennen en te snappen. We kennen twee veel voorkomende sensor typen, de CCD en de CMOS sensor. Er zijn verschillende varianten op deze twee typen sensoren, maar over het algemeen zal je bij consumenten camera’s van beginner tot professioneel deze twee typen tegenkomen.

Waar meer verschil inzit is het formaat van de sensor. Dit maakt een camera vaak duurder of goedkoper, afhankelijk van hoe groot de sensor is. Het equivalent van een oude “filmrol” is 35mm, hier is de huidige full-frame sensor naar vernoemt. De 35mm sensor beschouwen we als een 1:1 aspect ratio. Dit houdt in dat wanneer je met een full-frame camera een foto neemt het beeld wat door de lens opgevangen wordt ook daadwerkelijk op de sensor wordt geprojecteerd en uiteindelijk wordt vastgelegd als foto. Technisch gesproken houdt het in elke centimeter in het echt is ook 1 centimeter op de sensor.

 

1. 1/2.3 inch (kleinere compact camera’s en smartphones) 7. APS-C (Canon – 1,6x crop factor)
2. 1/1.7 inch (grotere compact camera’s) 8. ASP-C (Nikon – 1,5x crop factor)
3. 2/3 inch 9. ASP-H (1,3x crop factor)
4. CX (Nikon, bijvoorbeeld Nikon 1) 10. Full-Frame
5. Four Thirds (2x crop factor) 11. Medium Format
6. Foveon (Sigma)

Crop factor – in bovenstaande lijst zie je verschillende keren “crop factor” staan. Dit is een veel voorkomende term als we het hebben over camera sensoren. Een crop factor houdt in hoeveel keer een beeld verkleind wordt weergegeven door een kleinere sensor. Hierbij wordt uitgegaan van een full-frame (35mm) als standaard. Rekenvoorbeeld: een ASP-C sensor heeft een afmeting van 22mm (Canon) tot 23,7mm (Nikon) een full-frame 35mm. De Canon sensor heeft een crop factor van 36/22mm = 1,6 en de Nikon heeft een crop factor van 35/23,7=1,5. Dit houdt in dat ten opzichte van een full-frame sensor 1,6x of 1,5x minder van het beeld wordt vastgelegd. Er wordt dus als het ware ingezoomd op het beeld met een factor, de crop factor. Als je een full-frame lens gebruikt van 50mm op een Nikon crop camera (DX) zal de 50mm uiteindelijk een beeld geven dat overeenkomt met 75mm (50mm x 1,5). Het is belangrijk om hier rekening mee te houden.

Een grotere sensor geeft over het algemeen voordeel ten opzichte van een kleinere sensor. Echter is het net als met alle functionaliteiten en hardware elementen, het is maar net waarvoor je de camera gebruikt. Een beginnend fotograaf, heeft snel genoeg aan een ASP-C, waar een huis-tuin-en-keuken plaatjes schieter prima met een 1/2.5 inch (compact camera) uit de voeten kan, of zelfs met de smartphone.

Sluitertijd

Op onze website vind je veel foto’s van verlaten gebouwen, ofwel Urbex. Sluitertijd speelt een belangrijke rol bij het fotograferen in donkere ruimten. Het woord beschrijft precies wat deze functie inhoudt. Door de tijd in te stellen die de sluiter nodig heeft om een foto vast te leggen controleer je de mate van licht dat door de sensor wordt opgenomen. Hoe langer de sluiter open blijft hoe lichter de foto wordt. Vanzelfsprekend zorgt een korte sluitertijd voor donkerdere foto’s.

Sluitertijden gaan van extreem kort tot oneindig lang. Een professionele spiegelreflexcamera heeft bijvoorbeeld een minimale (snelste) sluitertijd van 1/4000e seconde. Dergelijke sluitertijd gebruik je bijvoorbeeld bij veel (zon) licht om een foto goed belicht te krijgen. Dit wordt ook vaak gebruikt bij sportfotografie, wanneer er vaste beelden geschoten moeten worden van snel bewegende objecten.

Sluitertijd kan je ook goed inzetten om beweging in je foto’s te krijgen. Je kent vast wel foto’s van snelwegen met rode en witte lichtstrepen van de auto’s. Dit wordt gedaan door lange sluitertijden. Zie bijvoorbeeld ook ons artikel over fotograferen in Amsterdam, hier staan ook verschillende foto’s die genomen zijn met langere sluitertijden.

Door gebruik te maken van lange sluitertijden ontkom je niet aan het gebruiken van eens statief, meer hierover in de paragraaf accessoires op deze pagina. Door een lange sluitertijd wordt een foto makkelijk wazig, dit komt omdat de camera langer de tijd neemt om een foto te maken en alles wat er tijdens het maken van de foto gebeurt registreert. Als je dus een kleine beweging maakt met je arm zal dit direct opgenomen worden op de foto, wat resulteert in een wazige foto. Door een statief te gebruiken voorkom je onscherpe foto’s door beweging.


WIFi

Wireless Fidelity (WiFi) is de techniek die het mogelijk maakt om draadloos verbinding te leggen tussen netwerken of hardware die WiFi signalen uitzenden/ontvangen. Wifi op een camera kan extreem handig zijn om foto’s snel over te zetten van het ene naar het andere apparaat, bijvoorbeeld van de camera naar een laptop/desktop.

WiFi kan ook gebruikt worden om een camera met internet te verbinden, zodat firmware updates binnengehaald kunnen worden of apps gedownload.

Je kan direct je foto’s streamen op smart televisies. Je hebt hiervoor geen kabeltjes meer nodig of omslachtige bestandsoverdrachten. Je kan de camera koppelen aan een cloud service of automatisch bestanden op een tablet laten overschrijven, zodat je nooit meer een tekort aan schijfruimte hebt.


Apps

Uiteraard kunnen we op onze telefoons apps installeren. De hoeveelheid apps om de camera op de mobiele telefoon te verbeteren neemt dagelijks toe. Zo kan je camera apps installeren die bepaalde nabewerking technieken gebruiken, bijvoorbeeld het toevoegen van een zwart-wit look of een sepia look. Ook heeft bijna elke camera fabrikant zijn eigen app om het delen of streamen van foto’s te vereenvoudigen.

De zogenaamde smartcamera’s hebben toegang tot verschillende apps. Deze apps doen vrijwel hetzelfde als de apps op een telefoon en voegen dus veel extra’s toe aan functionaliteiten en gebruiksgemak van de camera.


Beeldstabilisatie

Anders dan de eerder genoemde functies heeft beeldstabilisatie voornamelijk te maken met de lens en niet zozeer met de camera zelf. Er is onderscheid te maken tussen optische (lens) en digitale (camera) beeldstabilisatie. Digitale beeldstabilisatie houdt in dat het beeld korte tijd vastgezet wordt. Zodra de camera even stilstaat zal het beeld worden opgenomen. Vaak is bij een hele korte sluitertijd beeldstabilisatie makkelijk. Bij langere sluitertijd gebruik je een statief om het beeld te stabiliseren.

Optische beeldstabilisatie – over het algemeen hebben we het over optische beeldstabilisatie als we over beeldstabilisatie spreken. Dit houdt in dat de lens of de camera contra bewegingen maakt om beweging te compenseren.

Dit kan in de body plaatsvinden of in de lens. Wanneer het in de body plaatsvindt wordt dit gedaan door contrabewegingen van de sensor. Olympus en Pentax staan hierom bekend. De stabilisatie kan ook in de lens plaatsvinden. Bij stabilisatie in de lens worden losse lenselementen ingezet om het beeld te stabiliseren en contrabewegingen te maken.

Er zit verschil in de lensstabilisatie technieken die lensfabrikanten gebruiken, de ene heeft een sterkere stabilisatie dan de ander. Ook geeft elke fabrikant een andere naam aan de stabilisatie functie.

  • Nikon – VR, lenzen met het VR label bevatten een beeldstabilisatie techniek (Vibration Reduction)
  • Canon – IS, Canon gebruikt de term image stabilization
  • Sigma – OS, Optical stabilization
  • Tamron – VC, Vibration compensation
  • Sony – SSS, super steady shot

Andere merken hebben weer hun eigen benaming. Lens stabilisatie kan in veel gevallen erg prettig zijn, momenten waar je extra beweegt kan de stabilisatie het verschil maken tussen een bewogen of scherpe foto. Let wel goed op wanneer je wel en geen stabilisatie gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer je juist beweging in een beeld wilt hebben of als je met extreme Bokeh (scherpte-diepte) wilt werken. Andere reden is wanneer je echt een “crisp” foto wilt maken, waarbij alle details perfect overkomen en de kwaliteit perfect is. Beeldstabilisatie neemt iets van de kwaliteit weg, dus bijvoorbeeld bij portret fotografie kan je beter geen beeldstabilisatie gebruiken

Lenzen met beeldstabilisatie zijn over het algemeen een stuk duurder dan lenzen zonder stabilisatie. Dit is ook een belangrijk punt om mee te nemen in de overweging wel of niet voor beeldstabilisatie te kiezen.

Megapixels

Vandaag de dag bestaat er veel onduidelijkheid over de term megapixels ook wel aangeduid met de afkorting mp. Er wordt vaak gezegd hoe meer hoe beter, dit is alleen in veel gevallen niet de waarheid. Het aantal megapixels dat moderne camera’s hebben loopt bijna met de maand op. Canon is bijvoorbeeld bezig met het maken van een 120 megapixel camera. Meer gangbaar is tussen de 15 en 30 megapixels.

Een megapixel bestaat uit 1 miljoen pixels. Dit zijn hele kleine cellen die licht opvangen. Hoe meer van die cellen hoe meer licht er opgevangen kan worden. Een Nikon D750 heeft bijvoorbeeld ruim 24mp ofwel 24.000.000 pixels. Dit verhoudt zich tot de resolutie van de beelden die deze camera kan produceren, dit kan je vergelijken met de resolutie van een beeldscherm. De D750 heeft een maximale resolutie van  6,016 x 4,016 = 24mp. Dit betekend dat de full-frame sensor van deze camera 24 miljoen pixels bevat. Er zijn dus 24 miljoen cellen die licht kunnen opvangen. Dit resulteert in extreem gedetailleerde foto’s.

Megapixels Pixel resolutie Bestandsgrootte Resolutie @300ppi Resolutie @200ppi Resolutie @150ppi
3 2048 x 1536 ~3mb 6.82″ x 5.12″ 10.24″ x 7.68″ 13.65″ x 10.24″
4 2464 x 1632 ~5mb 8.21″ x 5.44″ 12.32″ x 8.16″ 16.42″ x 10.88″
6 3008 x 2000 ~8mb 10.02″ x 6.67″ 15.04″ x 10.00″ 20.05″ x 13.34″
8 3264 x 2448 ~10mb 10.88″ x 8.16″ 16.32″ x 12.24″ 21.76″ x 16.32″
10 3872 x 2592 ~13mb 12.91″ x 8.64″ 19.36″ x 12.96″ 25.81″ x 17.28″
12 4290 x 2800 ~18mb 14.30″ x 9.34″ 21.45″ x 14.00″ 28.60″ x 18.67″
16 4920 x 3264 ~23mb 16.40″ x 10.88″ 24.60″ x 16.32″ 32.80″ x 21.76″
24 6048 x 4032 ~36mb 20.16″ x 13.44″ 30.24″ x 20.16″ 40.32″ x 26.88″
36 7360 x 4912 ~54mb 24.53″ x 16.37″ 36.80″ x 24.56″ 49.06″ x 32.74″

Meer is niet altijd beter – er zit geen fysiek limiet aan het aantal megapixels dat op een sensor past, maar wel een limiet wat betreft kwaliteit. Hoe dichter de pixels op elkaar gezet worden hoe meer negatieve invloed ze op elkaar hebben. Een aantal negatieve punten van teveel megapixels op een sensor:

1. Ruis – door pixels te dicht op elkaar te zetten ontstaan de bij iedereen bekende ruis in een foto, ook wel grain of korrels genoemd. De pixels worden overladen met licht wat dit fenomeen veroorzaakt. Hoe meer pixels (meer lichtopvang) dicht bij elkaar hoe groter de kans dat deze pixels bij hun buur gaan “lekken”. Dan overlapt het licht dat een pixel opvangt deels het licht van een andere pixel. Er moet dus een bepaalde ruimte tussen de pixels zitten voor optimale kwaliteit en zo min mogelijk ruis. Dit zie je vaak wanneer er kunstmatig licht wordt toegevoegd aan een foto door het verhogen van de ISO-waarde.

2. Lens “fouten” abberatie, vignettering etc. – door de hoge mate van details bij veel megapixels zullen de lens fouten die elke lens heeft meer opvallen. Zeker wanneer er een minder goede kwaliteit lens gebruikt wordt op een hoge kwaliteit camera met een grote sensor en veel megapixels. De lagere kwaliteit lens bevat in de regel meer lens fouten, de hoge kwaliteit camera en sensor zullen deze fouten dus accentueren. Hier komt dan ook de ongeschreven fotografie wet vandaan: investeer eerst in glas(lens) dan in metaal (body). Een betere lens op een minder goede body geeft betere kwaliteit dan een mindere lens op professionele body. Foto’s waar veel kleur vertekening voorkomt (blauwe, groene, paarse randen) zij vaak gemaakt met een camera waar het aantal pixels te groot is voor de sensor, de lens kwalitatief niet matcht met de body of door excessief gebruik van instellingen.

3. Extreem grote bestanden – door veel megapixels wordt er veel detail toegevoegd. Detail betekend veel data en dat betekend grote bestanden. In bovenstaand schema zie je dat een 36mp foto al snel meer dan 50mb kan worden. Goed om over na te denken of je dergelijke bestanden kunnen verwerken.


Video

Filmen met camera’s wordt steeds toegankelijker. Met de meeste moderne DSLR camera’s kan (semi) professioneel gefilmd worden. Het is natuurlijk niet zo goed afgestemd als het filmen met een professionele camcorder, maar de functies van (vooral de high-end) camera’s lenen zich goed voor video opnamen. DSLR camera’s zijn vaak uitgerust met aparte video instellingen die het filmen makkelijker maken. Ideaal voor als je niet twee apparaten kan of wil meenemen.

Om echt goede resultaten te krijgen kan je gebruik maken van een gyro stabilizer. Dit zorgt ervoor dat de camera op een natuurlijke manier beweegt, het niveau gelijk blijft en schokken uitsluit. Hierdoor kan je heel makkelijk met een digitale camera perfecte en professionele video beelden maken. Nadeel is dat deze hardware vaak behoorlijk prijzig is. Bijvoorbeeld de DJI Ronin V2 deze kost rond de €1900,-.

Er zijn veel accessoires te koop om je digitale camera goed in te richten voor (Full HD) filmen. Bijvoorbeeld continu licht, externe microfoons, stabilizers etc.

Filmen met een camera met mindere specificaties dan een systeemcamera is vooral leuk om bewegende beelden vast te leggen, maar verwacht hiervan geen professionele beelden.


Manual of automatisch?

Bij het uitzoeken van een camera is het heel belangrijk om vooraf te bedenken wat voor fotograaf je bent. Ben je een beginner, of wil je meer geavanceerde foto’s schieten? Als beginner is het waarschijnlijk verstandig om een camera te kiezen die voornamelijk automatische functies heeft. De camera zorgt dan zelf voor de beste instellingen voor de situatie waarin je zit. Hier zitten natuurlijk wel beperkingen aan, maar als beginnend fotograaf, of wanneer je alleen “plaatjes” wilt schieten is dit perfect.

Wil je meer controle over je camera? Dan is het manual ofwel handmatig gebruik van de instellingen van de camera zeer aan te raden. Let wel dat dit een enorm doolhof kan worden als je de camera nog niet goed kent. Door je camera instellingen handmatig aan te passen heb je veel meer controle over de output (foto’s). Zo kan je bijvoorbeeld de sluitertijd langer maken dan de camera zelf in automatische modus zou doen. In combinatie met een hoog f-getal diafragma zorgt dit voor bijzondere foto’s, bijvoorbeeld een wol/wassig effect bij het fotograferen van water.

Maak dus een duidelijke keuze voor jezelf tussen handmatig of automatisch fotograferen. Wanneer je enkel handmatig wilt fotograferen kan je voor de wat goedkopere “instap” camera’s gaan.


ISO-Waarde

Over ISO-waarde wordt heel vaak gesproken bij digitale fotografie. ISO staat voor “International Organization for Standardization”.  De ISO-waarde geeft de lichtgevoeligheid aan in een camera. Hoe hoger de ISO-waarde op een camera is ingesteld, hoe lichter de foto zal zijn. Deze functie is perfect inzetbaar voor situaties met weinig licht wanneer je geen statief tot je beschikking hebt. Met het digitaal lichter maken van een beeld kan in donkere omgevingen gefotografeerd worden en tot relatief korte sluitertijden worden aangehouden.

ISO waarden gaan net als sluitertijd en diafragma met stappen. ISO wordt aangeduid met stops, de laagste stop is 50, echter hebben sommige camera’s extra ultra lage stops toegevoegd. Nikon en Canon kennen bijvoorbeeld een Lo 0.3, Lo 0,7 en een Lo 1.0. Dit zijn ISO waarden die een extra softwarematige boost krijgen. Hoogste ISO momenteel bekend is 819200 die ingesteld kan worden op de Pentax KP. Hier wordt dus extreem veel licht toegevoegd aan de foto, zodat zelfs s’nachts gefotografeerd kan worden.

Zitten er dan geen nadelen aan ISO? – helaas wel. Met het toevoegen van ISO speelt ook het fenomeen ruis op. Hoe meer licht toegevoegd wordt hoe meer ruis er opspeelt. Dit heeft met hetzelfde probleem te maken als in de paragraaf megapixels is besproken. Door een overvloed aan licht per pixel zal het licht gaan “lekken” en treed er ruis op. ISO wordt over het algemeen beter verwerkt door de duurdere camera’s die grotere sensoren hebben en efficiënter met de hoeveelheid licht om kunnen gaan.

Bij de gemiddelde camera ga je bij ISO waarden van boven de 2000 de eerste noemenswaardige ruis zien.

Hoge ISO op compact camera’s levert snel ruis op. Bij een ISO van rond de 1000 op een compact camera zie je vaak al ruis optreden, waar dit bij de high-end DSLR camera’s pas tegen de 10.000 zit. Er zit dus behoorlijk veel verschil in de afhandeling van ISO per type camera.

Witbalans

Het zal de gemiddelde hobby fotograaf niet onbekend voorkomen. Je fotografeert binnen en wanneer je de foto’s op de computer bekijkt hebben ze allemaal een geel achtige gloed. Dit komt door het kunstlicht dat binnen wordt gebruikt. Je camera registreert het verschil tussen soorten licht heel precies. Gelukkig hebben de meeste camera’s hier voorinstellingen voor. Op de compact camera’s (een ook steeds vaker op DSLR’s) heb je een tandwiel met icoontjes. Deze icoontjes bevatten onder andere voorgeprogrammeerde witbalans.

Elk merk heeft eigen icoontjes, maar ze lijken erg op elkaar. Deze icoontjes komen overeen met de meest voorkomende lichtsituaties. Als je de camera in de modus zet die het meest overeenkomt met de situatie waarin je fotografeert zullen veel van de instellingen goed staan voor mooie foto’s.

Wit is voor de mens vrijwel overal hetzelfde. Onze hersenen zijn zo geprogrammeerd dat we een wit a4tje in vol zonlicht net zo wit vinden als datzelfde a4tje onder een spaarlamp. Daadwerkelijk is het a4tje onder de spaarlamp een stuk geler dan in de volle zon. Dit registreert de camera wel, mij onze hersenen niet. Daarom gebruiken we witbalans om aan te geven wat nou precies wit is, dit doen we door de scenes in te stellen of door handmatig de camera te “vertellen” wat wit is. Dit wordt gemeten in Kelvin (K).

Handmatig witbalans instellen kan bijvoorbeeld door een a4tje te fotograferen in de witbalans instelling modus van de camera. Ook kan er gekozen worden om zelf te kiezen welke van de bij de camera bekende lichtbronnen het meest overeenkomt met het licht in jouw situatie. Hier gebruiken camera’s ook icoontjes voor.